Huisvesting Arbeidsmigranten in grote complexen?


MEMO over de huisvesting van arbeidsmigranten in Vlissingen.

Onlangs werd bekend dat de gemeente Vlissingen op een drietal plaatsen complexen wij (laten) realiseren waar elk ± 350 verblijfplaatsen voor arbeidsmigranten worden gerealiseerd. Dit nadat de Gemeente een inschrijving had georganiseerd waarbij bedrijven zich konden melden met hun plannen voor die huisvesting, en er door het college van B&W keuzes waren gemaakt. De drie gepresenteerde plannen voldoen kennelijk aan de eisen die het college had geformuleerd. De POV kijkt in dit memo naar de volgende aspecten:

  • De gevolgde procedure en positie & rol van de Gemeente daar in;
  • De keuzes voor de drie verschillende locaties;
  • De economische haalbaarheid van de plannen;
  • De positie van de werknemers, de bevolking en hun respectievelijke belangen;
  • Wat dan wel?

Als aanleiding van een en ander wordt gegeven de overlast die arbeidsmigranten veroorzaken in reguliere woonwijken, het niveau van huisvesting in “gewone” huizen en appartementen, gekenmerkt vooral door overbevolking, geluidsoverlast, parkeerdruk etc. Over de noodzaak dit probleem serieus te nemen bestaat geen discussie: over de gekozen oplossing en methode wél.

De procedure.

De Gemeente heeft de inschrijving opengesteld voor bedrijven onder een aantal algemene voorwaarden. Daarbij heeft de Gemeente verzuimd om vestigingsplaatsen aan te wijzen. Vervolgens heeft men de ontvangen inschrijvingen getoetst en daaruit drie projecten gekozen. Die drie projecten zijn feitelijk nu geaccepteerd door het college, terwijl er geen enkele maatschappelijke discussie is geweest over de wenselijkheid, omvang en vestigingsplaats van de projecten. De POV vindt dat de gemeente een verkeerde weg heeft gekozen en zichzelf daarmee in een lastig parket heeft gemanoeuvreerd: Door de keuze van de locaties over te laten aan de drie marktpartijen is die bestuurlijke keuze al voor hen gemaakt: verderop gaan we daar dieper op in. De procedure had, in onze ogen, anders moeten zijn: er had een bestuurlijke keuze gemaakt moet worden voor locatie(s), waarbij inspraak van de bevolking én besluitvorming van de Gemeenteraad een logische gang van zaken was geweest. Vervolgens had men die locaties in de markt kunnen zetten: daarbij meenemend de voorwaarden die vanuit de bevolking en de Gemeenteraad werden aangevoerd. Dat was een procedure geweest die draagvlak had gekend, iets dat er nu ontbreekt. Het college heeft gemeend de bevolking én de Gemeenteraad te kunnen negeren en op eigen oordeel deze plannen te kunnen uitvoeren: een garantie voor tegenstand en een methode die niet past in het huidige politieke klimaat. Het college zegt dat de Gemeenteraad (nog) niet aan de beurt is: dat komt bij de planologische aanpassingen. Maar in de ogen van de POV is dat te laat: die discussie kun je veel beter aan de voorkant voeren!

De locaties:

De gekozen locaties komen niet voort uit besluitvorming door de gemeenteraad, maar uit de koker van de inschrijvende ondernemingen – wellicht met aangeven vanuit de Gemeentelijke organisatie, dat is ons niet bekend.

De locatie aan het spoor in Oost-Souburg lijkt nog het meest op een ad-hoc keuze: het voormalige vuilstortterrein is in gebruik bij een handelaar in vrachtauto’s, en het initiatief voor de realisatie van een complex op dat terrein komt van dezelfde eigenaar-handelaar. Kennelijk levert de huisvesting van arbeidsmigranten meer op dan de verkoop van vrachtauto’s? Van een weloverwogen keuze voor dit terrein is dan ook geen sprake: de locatie is gekozen op beschikbaarheid, niet op enige planologische onderbouwing. Deze voormalige vuilnisbelt is geschikt voor gebruik door bedrijven, en niet voor bewoning.

Locatie 2 aan het Baskensburgplein is ook een keuze die verbazing oproept: eerdere plannen voor dit gebied (tennisbanen) zijn steeds tegen gehouden met de argumentatie dat hier de uitbreiding van bedrijventerrein “Baskensburg” gerealiseerd zou worden, met ontsluiting naar de Sloeweg. Het laatste is een keuze waar de POV zich volledig in kan vinden, als locatie voor arbeidsmigranten zeker niet. Ook hier is een keuze gemaakt door de initiatiefnemers en heeft het College van B&W die overgenomen. Van enige bestuurlijke onderbouwing, evenals oordeels- en besluitvorming door de gemeenteraad is geen sprake. Voor deze locatie is uitbreiding van Baskensburg als bedrijventerrein westelijk van het kanaal, een veel logischere keuze, eventueel met een tennisbanencomplex aansluitend aan de sportvelden Irislaan.

Voor de POV geldt dat wij de invulling met een complex voor arbeidsmigranten op deze locatie niet zullen steunen, er zijn betere invullingen voor dit gebied denkbaar en haalbaar.

Locatie 3 is in Lammerenburg. Een uitgesproken A1 locatie voor woningbouw wordt gebruikt voor het realiseren van een complex voor arbeidsmigranten. Slecht bereikbaar, dicht op andere wijken, een keuze die eigenlijk niet slechter had gekund. Een begrijpelijke keuze gezien vanuit de initiatiefnemers, maar zonder enig draagvlak bij de bevolking, gespeend van iedere logica en planologische onderbouwing. Dit wordt nog versterkt nu blijkt dat er ook een complex gepland wordt voor de huisvesting van gehandicapten, op zich nog acceptabel al zijn ook daar betere locaties voor te vinden. Wij vinden dit een logische plek voor uitbreiding van bestaande woonwijken, en niet voor grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten.

Economische haalbaarheid.

Er zijn buitenlandse werknemers in meerdere categorieën: Er zijn buitenlanders die zich hier min of meer permanent vestigen, met hun gezin; er zijn buitenlanders die hier tijdelijk komen werken en hun gezin niet meenemen, er zijn werknemers voor speciale projecten én we kennen seizoenarbeiders. Hoe zijn deze categorieën nu gehuisvest?

De buitenlanders met gezinnen zoeken een vaste woonplek: die huren een huis of appartement en dienen zich gewoon in te schrijven in het bevolkingsregister. Het laatste geldt ook voor buitenlanders die hier langer dan 3 maanden werken maar hun gezin thuislaten: ook die moeten zich hier registreren en worden inwoners van Vlissingen.

De complexen richtten zich feitelijk op de arbeiders die hier projectmatig komen werken, seizoenarbeiders en in de marge op arbeiders zinder gezin.

In het huidige circuit van woningen die, al dan niet met vergunning, worden gebruikt voor de huisvesting van buitenlandse werknemers worden bedragen betaald voor huisvesting incl. energie e.d. van 85 tot 115 Euro p.p. per week incl. gas, water, elektra & schoonmaak.

Dat betekent een opbrengst p.p.p.d. die gemaximaliseerd is op 12 tot 16 euro per dag all-in. De investering per complex bedraagt rond de 4 miljoen Euro. Wij zijn geen rekenmeesters, dat laten we graag aan anderen over. Duidelijk is wél dat de voorgenomen exploitanten harde eisen moeten stellen aan de Gemeente om de huidige situatie sterk in te perken, omdat anders geen rendabel exploitatie mogelijk lijkt. Het lijkt het er op dat de economische haalbaarheid vooral afhangt van de maatregelen die de gemeente Vlissingen neemt om huisvesting buiten de complexen te bemoeilijken c.q. op hetzelfde kostenniveau te krijgen. Dat is een smalle basis voor drie complexen, die vooral geschikt lijken voor seizoenarbeiders en project gerelateerde specialisten uit het buitenland.

Het is een reëel scenario dat de de drie complexen niet rendabel zullen zijn en er gekeken wordt naar een andere invulling. Voor de hand ligt dan massale opvang van asielzoekers, iets dat in Vlissingen niet past.

De belangen.

Twee van de drie ontwikkelaars zijn al spelers in het terrein van de arbeidershuisvesting, de derde switcht van de handel in vrachtauto’s naar huisvesting. Hun belangen zijn gelegen in het behalen van rendement, op enigerlei wijze. De POV vindt het prima dat ondernemers kansen zien en aangrijpen, de POV vindt daarbij wél dat het gemeentebestuur de kaders moet stellen. De positie van de drie ontwikkelaars is dus duidelijk.

Als het gaat om de arbeidsmigranten zelf, dan ligt hun belang in een zo aangenaam mogelijke huisvesting tegen de laagst mogelijke prijs. In andere gemeentes worden vakantieparken ingezet waarbij de kosten per gehuisveste migrant rond de 35 Euro per week ligt. Een grote rol maar vaak erg diffuus, wordt hierbij gespeeld door de werkgevers & uitzendbureaus. In de meeste gevallen huren zij locaties in en brengen daar hun werknemers onder. Dat dit heeft geleid tot ernstige misstanden staat buiten kijf, daar zijn voorbeelden genoeg van. Ook hun belang is een zo laag mogelijke prijs voor de huisvesting, verder laat men zich aan het maatschappelijk belang niets gelegen liggen: klachten worden genegeerd, regels overschreden en op maningen wordt niet gereageerd. Duidelijk is dat voor de Vlissingse politiek er feitelijk maar twee belangen gelden: dat van de bestaande bewoner en dat van de Gemeente. Omdat het gemeentelijk belang toch ondergeschikt moet zijn aan dat van de inwoners, zij vormen immers de gemeente, geeft de POV voorrang aan de belangen van de inwoners van Vlissingen. Dat zijn niet alleen de omwonenden van de geplande projecten: de inwoners die nu ernstige overlast ondervinden van de huidige situatie verdienen meer dan ooit nu onze aandacht. Maar de belangen lopen in ieder geval parallel als het gaat om het voorkomen c.q. verminderen van de overlast, het woongenot, de uitstraling van buurten, de waarde van woningbezit en de veiligheid in de woonomgeving. En daarmee is voor de POV de norm bepaald: wat er ook gebeurt: de overlast in de oudere wijken moet stoppen, rond de geplande locaties mag geen overlast optreden, (verkeers) veiligheid moet zijn gewaarborgd, het woonklimaat in de oudere wijken moet drastisch omhoog én het woonklimaat elders mag niet worden aangetast. Dat zijn de belangen, en daaraan moeten we toetsen.

Wat dan wel?

Het begint met duidelijkheid, een helder en logisch beleid en een strakke handhaving daarvan. Het gebruik van woningen en appartementen voor gebruik door arbeidsmigranten zonder gezin is feitelijk een oneigenlijk gebruik: als je dat al wilt toestaan, dan altijd in beperkte mate in een straat of wijk, met een beperkt aantal bewoners, registratie van die bewoners, een vergunningstelsel dat persoonlijk is en niet verhandelbaar, minimale eisen aan de uitrusting en inrichting van de woning. Door de verblijfsbelasting op te leggen financiert de handhaving zichzelf. Woningen die niet vergund zijn worden gesloten en verzegeld: oneigenlijk gebruik wordt niet getolereerd. Dat geldt ook voor onderverhuur van (sociale) huurwoningen. Misbruik wordt gestraft, bij overtredingen worden vergunningen ingetrokken. (De POV heeft eerder hier publicatie over geschreven). Tijdelijk verblijf op deze wijze is overzichtelijk, duidelijk en te handhaven. Dit beleid moet worden samengevoegd met het beleid voor toeristisch gebruik van reguliere woningen: verhuur is niet toegestaan én gebruik als vakantiewoning voor woningen onder de 300.000 Euro WOZ-waarde ook niet.

Er moet een duidelijke link worden gelegd in de gemeentelijke administratie tussen het woning -areaal en de basisadministratie: daaruit blijkt dan welke woningen niemand woont.

In een wooncomplex voor arbeidsmigranten is vooral plek voor mensen die hier projectmatig te werk worden gesteld en seizoenarbeiders. Die groep is niet uit op integratie: zij komen en verblijven hier tijdelijk. Omdat de integratie geen issue is, is de vestigingsplek ook minder relevant. Slechts een goede bereikbaarheid is van belang. En omdat er ook nogal wat wordt aan- en afgereden met deze mensen in de avond en nacht, is ligging buiten de woonwijken feitelijk het beste.

Dat betekent dat in Vlissingen er een uitstekende locatie is op het oude terrein van de PSD, oostelijk van de spoorlijn, op het terrein waar eerder de marinierskazerne was gepland, meer dan voldoende ruimte daar. Twee locaties die vrij zijn, geen overlast veroorzaken, snel bereikbaar zijn via de A58 en dus bij uitstek geschikt voor een complex met arbeidsmigranten.

Let op: we leven niet op een eiland:

Moeilijk maken in Vlissingen betekent uitwijk naar andere Gemeentes, of meer illegaliteit. Deze handelwijze van het college betekent dat besluiten altijd onder druk doorgeduwd moeten worden, er wordt niet uitgegaan van een draagvlak. En dat is precies wat er wél zou moeten gebeuren: zoek draagvlak bij de bevolking, bij de ondernemers én bij de gemeenteraad. Pas dan kun je bestuurlijk tot goede oplossingen komen, dus niet via het conflictmodel maar door overleg. Fractie

Antwoord college over gebrek aan Starterswoningen


Hier het enigszins arrogante antwoord vanuit het gemeentebestuur:

Geachte fractie,
Wij beantwoorden uw vragen over de spanning op de woningmarkt, permanente bewoning en 2e
woningen als volgt.
Wij zijn het met u eens dat er geen eenduidige oplossing is voor het vermijden of wegwerken van
spanning op de woningmarkt. Deze spanning wordt door tal van maatschappelijke ontwikkelingen
en invloeden opgewekt, aangejaagd of versneld.

  1. Deelt het college de conclusie van de POV dat er relatief veel woningen in het middengebied,
    maar ook bijvoorbeeld aan de Koudekerkseweg en in Oost-Souburg, zijn gekocht door mensen
    die er niet permanent gaan wonen?
    antwoord: nee. Zie hierover bij 3. voor de verleende onttrekkingsvergunningen. Voor de
    Koudekerkseweg is de afgelopen jaren binnen de normstelling van de Huisvestingsverordening slechts 1 onttrekkingsvergunning voor 2e woninggebruik verleend. Onbekend is het
    feitelijke gebruik van woningen boven de WOZ-waarde van € 260.000.
  2. Vlissingen zet zichzelf in toenemende mate op de kaart als toeristische stad, het is ook één van
    de speerpunten van het gemeentelijk beleid. De POV steunt dat beleid, maar vraagt wel aandacht
    voor ongewenste bij effecten als de grotere onttrekking van woningen aan de woningmarkt in een
    segment en in buurten waar dat ongewenst is. Is het college bereid om regelgeving in te voeren,
    c.q. aan te scherpen om dit effect te minimaliseren?
    antwoord: na de vaststelling van de Toeristische visie in november 2020 werken wij op dit
    moment de onderwerpen van de uitvoeringsagenda uit. Daartoe behoort het opstellen van
    richtlijnen waarlangs en waaraan de kwaliteit van nieuwe [toeristische] verblijfsaccommodaties alsmede de impact op de leefbaarheid van de buurt getoetst kan worden.
  3. In hoeverre heeft het college in beeld welke woningen in de laatste 5 jaar onttrokken zijn aan
    permanente bewoning, bijvoorbeeld als kamerverhuurbedrijf of 2e woning?
    antwoord: ja. Het totaal aantal geldende vergunningen bedraagt per saldo 160. Voor 2e
    woninggebruik hebben wij in de periode 2016-2020 de volgende aantallen onttrekkingsvergunningen verleend:
    2016: 20 2017: 30 2018: 23 2019: 20 2020: 22
    De aanvragen voor deze aantallen voldeden allemaal aan het normen zoals in het uitvoeringsinstrumentarium van de Huisvestingsverordening 2017 is bepaald. Deze aantallen
    Blad 2 behorend bij 1277012 / 1277837
    betreffen dus allemaal woningen en appartementen in de aangewezen gebieden van
    Binnenstad, Boulevards en Scheldebuurt en Scheldekwartier [zie hierna onder 5.].
    Naast het aantal van 160 geldende onttrekkingsvergunningen zijn krachtens overgangsrecht:
  • een onbekend aantal 2e woningen die al vóór de eerste verordening uit 1976 als 2e
    woning werden gebruikt, deze mogen ook als recreatiewoning worden verhuurd;
  • een onbekend aantal 2e woningen die onder de Verordening recreatiewoningen 1994
    met vergunning als 2
    e woning mochten worden gebruikt, waarbij verhuur als recreatiewoning niet was verboden;
  • een onbekend aantal 2e woningen in de gemeente waarvan de WOZ-waarde op het
    moment van aankoop/in gebruik name boven de grenswaarden uit de verschillende
    huisvestingsverordeningen lagen of liggen.
    Voor de kamerverhuur bedraagt het totaal aantal geldende vergunningen 140. In de
    periode van 2016-2020 zijn de volgende aantallen omzettingsvergunningen verleend:
    jaar
    aantal kamerverhuurvergunningen
    waarvan
    revisie
    waarvan
    nieuw
    31-12-2016 171
    31-12-2017 [vermindering i.v.m. collectieve revisie van alle vergunningen] 117
    31-12-2018 6 2 4
    31-12-2019 5 3 2
    31-12-2020 12 10 2
    totaal aantal geldende vergunningen
    31-12-2020 140
  1. Is uit het gemeentelijke registratiesysteem op te maken hoeveel van het woningareaal in
    Vlissingen niet permanent bewoond wordt door personen die ingeschreven staan in de GBA, en
    hoe heeft zich dat in de laatste 10 jaar ontwikkeld?
    antwoord: nee, niet in één oogopslag. Een dergelijke toepassing bieden de gemeentelijke
    systemen van BRP [personen] en BAG [gebouwen] niet. Een ingang kan wel gevonden
    worden via de registraties in het gemeentelijke belastingsysteem voor de toeristenbelasting en voor de woonforensenbelasting.
    2013 2014 2015 2016
    toeristenbelasting 51 58 77 87
    woonforensenbelasting 187 271 283 285
    2017 2018 2019 2020
    toeristenbelasting 111 152 221 296
    woonforensenbelasting 330 366 372 335 *
  • = nog niet
    compleet
    De toename van de aantallen komt door de extra controles die worden uitgevoerd, mede
    als gevolg van de toename van de opkomst van AirBenB en de andere verhuurplatfoms.
    Ook zijn de bedrijven die woonruimte verhuren aan werknemers intersiever aangeschreven. Dit overzicht is niet compleet. Er blijven verhuurders en bedrijven die voor korte of
    langere periode in de administratieve of feitelijke controle onder de radar blijven.
  1. Een hoog percentage van niet-permanente bewoning in een wijk ondermijnt de maatschappelijke structuur van een wijk. Die huizen zijn herkenbaar aan de gesloten indruk en de eigenaren
    nemen niet of nauwelijks deel aan het maatschappelijk leven. Op de lange duur gaat dat ten koste
    van het woon- en leefklimaat in de wijken. Bent U het met de POV eens dat dit feitelijk een
    ongewenste situatie is die extra aandacht en handelen vraagt?
    antwoord: ja. Met het oog op het behoud van de leefbaarheid en daarmee op het goede
    woon- en leefklimaat is de Huisvestingsverordening [raadsbesluit 23 maart 2017] opgesteld. De verordening is van toepassing op de gehele woningvoorraad tot een WOZ waarde van € 260.000. In de verordening wordt het uitvoeringsinstrumentarium beschikbaar
    Blad 3 behorend bij 1277012 / 1277837
    gesteld voor de regulering en voor de aanpak van 2e woningen en kamerverhuur. Uit de
    bestemmingsplannen vloeit het verbod op recreatieve verhuur van woonruimte voort.
    In de Huisvestingsverordening is bepaald dat het gebruik van woonruimte voor 2e woninggebruik [deeltijdwonen] alleen mogelijk is in de gebieden Binnenstad, Boulevards en
    Scheldebuurt en Scheldekwartier. Per straat zijn tot maximaal 25% of per appartementengebouw zijn tot maximaal 50% tweede woningen toegestaan. Op grond van het toetsingscriterium van de leefbaarheid kan tot een lager percentage worden besloten. In de gevallen waarin de regelgeving zich niet tegen een 2e woning verzet heeft de eigenaar-gebruiker van de 2e woning een onttrekkingsvergunning nodig. Recreatieve verhuur van 2e woningen is niet toegestaan, een reden zelfs tot intrekking van een verleende onttrekkingsvergunning.
    Voor alle andere gebieden in Vlissingen is het niet toegestaan een woning met een waarde onder de € 260.000 te gebruiken als 2e woning. Daar zijn alle betaalbare woningen beschikbaar voor starters op de woningmarkt. Voor kamersgewijze verhuur geldt een min of
    meer vergelijkbaar uitvoeringsinstrumentarium.
    Met gebruikmaking van de ons beschikbare gegevens van leegstand, bewoning en inschrijving controleren wij ook op het niet-permanente gebruik van woonruimte [2e woningen en kamerverhuur]. De onrechtmatigheden worden met toepassing van het handhavingsinstrumentarium aangepakt.
  2. Het segment dat de laatste jaren erg in trek is bij kopers van buiten die hier niet komen wonen
    is vooral aantrekkelijk voor starters op de woningmarkt. Die zien hun kansen om in Vlissingen een
    woning in een voor hen betaalbare klasse te kopen geminimaliseerd. Wil het college beleid ontwikkelen om juist die groep voor Vlissingen als inwoners vast te houden en te faciliteren?
    antwoord: met de huidige Huisvestingsverordening is het beleid vastgesteld voor het behoud van het betaalbare gedeelte van de woningvoorraad. Daarnaast ondersteunen wij
    starters in onze gemeente door het aanbieden van de Starterslening.
  3. In de afgelopen jaren hebben we in Vlissingen steeds een teruglopend inwonersaantal gekend,
    daar waar Zeeland in zijn geheel groeit. Dit ondanks nieuwbouw van woningen in onze gemeente.
    Die teruggang wordt in onze visie vooral veroorzaakt door afnemende permanente bewoning van
    de woonwijken, de woonomstandigheden in die wijken en het gebrek aan woningen in de
    startersmarkt. Bent U dat met de POV eens, en/of wat ziet het college verder als belangrijkste
    oorzaak dat Vlissingen krimpt, terwijl Zeeland groeit?
    antwoord: de fluctuaties in inwonertal worden voor Vlissingen, met een zeer beperkte tot
    negatieve natuurlijke aanwas [sterfte-overschot], sterk bepaald door externe invloeden.
    Naast de mate waarin woningen worden bewoond door personen die zich niet inschrijven,
    is ook de ontwikkeling van de woningmarkt van invloed: de laatste jaren was er maar een
    beperkte hoeveelheid nieuwbouwopleveringen, met daarnaast een voortgaande kwaliteitsverbetering met verdunning in de bestaande voorraad. Dit laatste heeft o.a. tot gevolg
    dat de woningvoorraad als totaal de afgelopen jaren nauwelijks gegroeid is. Een beeld dat
    echter de komende jaren danig wijzigt als gevolg van de opleveringen in het Scheldekwartier en Claverveld. Hierdoor ontstaat een groei in de woningvoorraad, wat gezien het voorgaande ook effect zal hebben op de bevolkingsontwikkeling. Wij zijn dan ook van mening
    dat er niet één oorzaak is aan te wijzen voor de huidige ontwikkeling van de Vlissingse inwoneraantallen. Dit laat onverlet dat wij voortdurende aandacht hebben voor de ontwikkeling van de woningmarkt en het verbeteren van de woon- en leefomgeving.
  4. Naast de bovengenoemde ontwikkelingen wordt er door veel inwoners van de woonwijken
    overlast ervaren van illegale bewoning van woningen, vooral door de ongecontroleerde en vooral
    tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers. Bent U het met de POV eens dat dit ook een
    factor is die Vlissingse inwoners uit die wijken doet vluchten, die de overlast meer dan beu zijn, en
    uit de oudere wijken- en de gemeente vertrekken?
    antwoord: wij zijn ons er van bewust dat illegale bewoning tot onveilige situaties en overlast in woonstraten kan leiden. Om die reden hebben wij u in 2019 de Visie op de huisvesting van internationale werknemers ter bespreking en vaststelling voorgelegd. Op basis
    daarvan hebben wij het beleid uitgewerkt en hebben wij een selectieprocedure voor complexgewijze huisvesting gestart. Wij zetten in op de gecontroleerde complexgewijze huisvesting in combinatie met toepassing van de handhaving in de bestaande voorraad. Hier-
    Blad 4 behorend bij 1277012 / 1277837
    mee willen wij een prettig woon- en leefklimaat in alle Vlissingse wijken realiseren én een
    veilige huisvesting van internationale werknemers.
  5. De aantrekkelijkheid van Vlissingen voor toeristen is vooral de ligging aan het water, maar ook
    de levendigheid van een echte stad. Die levendigheid verdwijnt wanneer de “echte” Vlissinger zijn
    of haar heil elders gaat zoeken, gedwongen door overlast en gebrek aan woningen op de woningmarkt. Is het college het met de POV eens dat alléén een integraal beleid, gericht op aantrekkelijkheid van Vlissingen voor toeristen, werkenden, maar vooral de eigen inwoners een absolute
    prioriteit moet krijgen?
    antwoord: ja, zie hiervoor.
    Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben ingelicht.
    Hoogachtend,
    burgemeester en wethouders van Vlissingen

Antwoorden op onze vragen over de business case


Fractie POV

UW BRIEF VANUW KENMERKONS KENMERKDATUM
16-12-2020 1271355 / 12715624 februari 2021
BEHANDELD DOORBEZOEKADRESTELEFOONBIJLAGEN
M. de VosPaul Krugerstraat 10118-487000 

ONDERWERP

beantwoording schriftelijke vragen artikel 34 Reglement van POV inzake rapport “business cases bedrijven Nollebos”.

Geachte mevrouw/heer,

Naar aanleiding van de door uw fractie ingediende vragen ex artikel 34 RvO informeren wij u als volgt.

Uw inleiding

Op verzoek van Ecoparks heeft Bureau van Spronsen & partners het in Uw opdracht door Bureau BUITEN (BB) opgestelde rapport “Business Case Bedrijven Nollebos” getoetst. Dit heeft geleid tot een second opinion die bijgevoegd is bij de inspraakreactie van Ecoparks. De POV heeft met verbazing kennis genomen van de inhoud van de 2nd opinion. Deze laat feitelijk geen spaan heel van de toets van BB. De toets blijkt – althans volgens van Spronsen – te zijn gebaseerd op verkeerde cijfers, onterecht aannames en verkeerd geïnterpreteerde gegevens, een en ander leidend tot volstrekt verkeerde conclusies. Wij kunnen niet

beoordelen wat er allemaal van (waar) is, maar veel van wat BB heeft gesteld blijkt

aantoonbaar onjuist. Het gaat dus niet om een afwijkende mening, nee, het gaat hier om harde feiten die de getoonde plannen & berekeningen volstrekt in een ander daglicht plaatsen. Dit leidt tot een aantal vragen die maar beter kunnen worden beantwoord vóórdat de Gemeenteraad zich over dit dossier buigt. Daarom hieronder een aantal van die vragen:

Vraag 1

Waarom heeft het college, dat in andere gevallen (zoals bij de toeristische visie) uitvoering en ontwikkeling aan de markt overlaat – hier gekozen om zelf een business case op te laten stellen?

Ons antwoord

Voor het opstellen van ruimtelijke kaders voor bebouwing in het Streefbeeld Nollebos/ Westduinpark heeft de gemeenteraad in 2017 voorlopige kaders meegegeven. Deze kaders bevatten onder meer een nader te onderzoeken gebied voor de bedrijven in het Nollebos/ Westduinpark en uitspraken over de inpassing van de gebouwen in het landschap.

POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL
FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G

Tekstvak: Blad 2 behorend bij 1271355 / 1271562– 2 –

De raad wil de bedrijven tevens de mogelijkheid bieden om binnen deze ruimtelijke kaders een gezonde toekomstbestendige exploitatie op te zetten. De ruimtelijke kaders moeten dus ook kunnen leiden tot een haalbare business-case voor de bedrijven. Dit is niet alleen voor de bedrijven van belang, maar ook voor de haalbaarheid van het integraal toekomstbeeld voor het hele gebied.

Met het rapport van Bureau Buiten zijn niet de plannen van de betreffende bedrijven op financiële haalbaarheid getoetst (dit is aan de bedrijven zelf), maar de ruimtelijke kaders die het streefbeeld voorschrijft. Daarmee wordt invulling gegeven aan de opdracht van de gemeenteraad.

Vraag 2

U heeft daarbij Uw keuze laten vallen op Bureau Buiten. Op basis van welke informatie heeft U voor dit bureau gekozen, wat waren de referenties van dit bureau en in hoeverre kan dit bureau als deskundig op het specifieke gebied van Horeca exploitatie c.q. Wellness worden beschouwd?

Ons antwoord

Er zijn verschillende bureaus benaderd om de onderzoeksvraag te beantwoorden. Ook met Bureau Buiten zijn gesprekken gevoerd om te beoordelen of zij invulling konden geven aan het vraagstuk. De competenties van het bureau liggen onder meer op het gebied van marktonderzoek en haalbaarheidsonderzoek in de vrijetijdssector.

Vraag 3

In ieder geval is duidelijk dat BB zich behoorlijk heeft vergaloppeerd in haar berekeningen, van Spronsen toont dat wel aan. Heeft het college het rapport van BB goed gelezen en beoordeeld, en gecheckt of laten checken dat de basis voor het rapport klopte en staat het college achter die uitgangspunten?

Ons antwoord

U trekt de conclusie dat Bureau Buiten zich ‘behoorlijk heeft vergaloppeerd in haar berekeningen’. Wij zien op dit moment geen aanleiding om dezelfde conclusie te trekken. In het kader van de beantwoording van de inspraakreacties hebben wij Bureau Buiten gevraagd te reageren op de inspraakreactie van Ecoparks.

Vraag 4

Gaat U BB aanspreken op de resultaten van de second opinion waar deze zo sterk afwijken van hetgeen door BB is gesteld in haar rapport en is hun business plan nu niet volledig onbruikbaar geworden?

Ons antwoord

Zie het antwoord op vraag 3.

Vraag 5

Ook al zou maar een deel van wat van Spronsen naar voren brengt juist zijn, dan nog is de conclusie snel getrokken dat op basis van de business case die BB heeft opgesteld geen rendabel 4 sterren hotel met Wellness kan worden gerealiseerd, Ecoparks is daar in hun reactie dan ook stellig over: er zijn niet 48 kamers nodig maar minstens 95 voor een rendabele exploitatie. Dat leidt tot een geheel ander bouwvolume dan Bosch en Slabbers hebben ingetekend. De basis voor het rapport van BB is het plan van Bosch & Slabbers. Bent U van plan dat aan te passen, en zo ja, hoe en waarom?

Ons antwoord

Zie het antwoord op vraag 3.

   

– 3-

Vraag 6

Het is ons duidelijk dat het wringt in de combinatie van plan tot behoud Nollebos-Westduin en een ontwikkeling zoals Ecoparks die voorstaat. Die combinatie blijkt niet mogelijk, althans niet rendabel. Waar kiest het college nu voor: óf de natuur prevaleert, óf gaat U voor het belang van een ondernemer, en in hoeverre blijft het college de ontwikkelingen op de 2 locaties (Sauna & Kanovijver) onlosmakelijk aan elkaar verbonden zien?

Ons antwoord

Het college handelt binnen de kaders van de opdracht van de gemeenteraad van december 2017. Met die opdracht zijn kaders meegegeven voor een toekomstbestendige ontwikkeling van de twee bedrijven in het Nollebos-Westduinpark als onderdeel van een integraal streefbeeld voor het Nollebos-Westduinpark. De opdracht is dus een integrale afweging van belangen en niet alleen het belang van de ondernemer of de natuurwaarden.

In het streefbeeld dat ter inzage heeft gelegen zijn de ontwikkelingen van de 2 bedrijven niet direct aan elkaar verbonden. Wel zijn ze beide verbonden aan het integraal streefbeeld: zo dienen de nieuwe gebouwen ingepast te worden in het landschap en dienen bijbehorende parkeerplaatsen groen ingericht te worden.

Vraag 7

In dit dossier heeft het college alles uit de kast gehaald om ontwikkelingen in dit gebied te faciliteren. Daarbij heeft men zich steeds gebaseerd op een volstrekt verkeerde uitleg van het amendement “van Dalen” dat is aangenomen uit respect voor de zittende ondernemers van toen. Kosten nog moeite zijn gespaard om met name Ecoparks te faciliteren, nota bene NIET een van die zittende ondernemers.

Terugkijkend, is het niet tijd dat het college zich distantieert van dit dossier en met respect voor de Kustvisie het gebied met rust laat, waarbij een normale bedrijfsontwikkeling van de zittende bedrijven nog steeds in beeld kan blijven en mogelijk is?

Ons antwoord

Het college richt zich niet op het amendement “van Dalen” of het faciliteren van Ecoparks. Zoals aangegeven voert het college de opdracht uit binnen de kaders die in 2017 door de gemeenteraad zijn meegegeven.

Uitgangspunt daarbij is een integrale kwaliteitsontwikkeling van het gebied en een gebiedsgerichte aanpak zoals weergegeven in de Zeeuwse Kustvisie. Als onderdeel van die integrale kwaliteitsontwikkeling heeft de gemeenteraad tevens opdracht gegeven om binnen bepaalde kaders en zoekgebieden de ontwikkelingsmogelijkheden voor de in het gebied aanwezige ondernemingen te schetsen. De eigenaren van de Sauna en de Kanovijver zijn daarbij ons aanspreekpunt.

Wij gaan ervan uit u hiermee in voldoende mate te hebben ingelicht. Hoogachtend,

burgemeester en wethouders van Vlissingen,

de secretaris,                       de burgemeester,

Tekstvak:  Tekstvak: Blad 3 behorend bij 1271355 / 1271562mr. drs. ing. M. van Vliet      drs. A.R.B. van den Tillaar

Nollebos: de Leugen regeert….


HET NOLLEBOS EN WESTDUINGEBIED: De leugen regeert……

In 2006 legt de gemeenteraad van Vlissingen zich vast: In het Nollebos en Westduingebied wordt niet gebouwd. Om de twee daar gevestigde ondernemers te ontzien werd voor hen een uitzondering gemaakt: als zij met plannen voor uitbreiding van hun bedrijf zouden komen, dan neemt de gemeente die in behandeling.

In 2011 wordt dat in het bestemmingsplan vastgelegd: Zo mocht de Sauna plannen ontwikkelingen met een uitbreiding tot maximaal 4000 m2 en 24 vakantie accommodaties. Let wel: die plannen mocht men maken, maar de Gemeenteraad behield het laatste woord. Geen toestemming vooraf dus!

In 2015 presenteert wethouder de Jonge samen met Ecoparks een megalomaan plan: Het hele gebied wordt omgebouwd tot vakantiepark. De raad vindt het niks, dus smeedt de wethouder, die het vol trots presenteerde, een plan.

Op basis van een volstrekt oneigenlijke uitleg van het besluit uit 2006 wordt het plan van Ecoparks als legitiem, ja zelfs als een invulling van eerdere beloftes neergezet, Vlissingen zou grote juridische risico’s lopen. Dat was een infame leugen, maar wel effectief: de coalitiepartijen onder leiding van de LPV namen de leugen over en bogen voor dit dreigende verbale geweld.

In 2017 blijken de plannen van Ecoparks onhaalbaar: daar voor in de plaats worden zoekgebieden aangewezen waarin ontwikkelingen mogelijk moeten zijn. De coalitie, bestaande uit LPV, PSR, SP & D66 buigt weer voor de druk, druk gebaseerd op een volstrekt onwaarachtige uitleg van een raadsbesluit uit 2006.

Eind 2020 moet er een voorstel liggen wat er door Ecoparks gebouwd mag worden in het Westduingebied, en wat de Kanovijver mag doen in het Nollebos. Feitelijk een volstrekt idiote gang van zaken en allemaal ingegeven door de bewust foute uitleg die door B & W gegeven is aan besluitvorming uit 2006 en 2011. Maar de Gemeenteraad moet straks toch een besluit nemen, en laten we voor dat moment nog even naar het volgende kijken:

De enige uitzondering op het bouw moratorium in het gebied gold voor de twee gevestigde ondernemers en hun activiteiten. Ecoparks is niet een van die bedrijven en kan dan ook geen enkele aanspraak maken op welke toezegging dan ook. Of het moet gebaseerd zijn op de geheim gehouden besluitvorming van B & W, die veel later aan het licht kwam…

Bij de coalitieonderhandelingen in 2018 heeft wethouder de Jonge het Nollebos dossier bij wethouder Reijnierse in de maag gesplitst: de Jonge is van dat lastige dossier verlost en Reijnierse mag de kastanjes uit het vuur gaan halen. De Jonge wast nu zijn handen in onschuld…

Onlangs verscheen er een toeristische visie: Vlissingen moet massaal vakantie-

Accommodaties laten bouwen in een strook langs de kust, staat daar in. Gek, die strook ligt precies in het Nollebos en Westduingebied. Door het aannemen van deze visie bezegeld de raad het lot van dit gebied, niet doen dus….

Wat is er intussen toch met de twee ondernemers in het gebied gebeurt? Die zijn het slachtoffer geworden van het stoethaspel gedrag van de Vlissingse wethouders, want:

Wethouder de Jonge koppelde de ontwikkeling van de Kanovijver hermetisch aan de ontwikkeling rond de Sauna. Een beproefd recept: koppel een redelijk en haalbaar plan (Kanovijver) aan een omstreden plan (Ecoparks), en probeer daarmee het omstreden plan enige rechtvaardiging en legitimiteit te geven. Dat doet de Jonge wel vaker: ook in het Arsenaalgebied koppelde hij de (haalbare) plannen van het Arsenaaltheater aan de (omstreden) plannen van Loontjes. Niet echt een nette manier van handelen, maar op het stadhuis als volkomen normaal beschouwd.

Die koppeling nu houdt wél beide ondernemers in een ijzeren greep: het is een onlogische situatie die verlammend werkt voor de ondernemers, en uitsluitend is bedoeld om Ecoparks te faciliteren. Want alléén als die plannen doorgaan mag de Kanovijver iets doen. En voor die ondernemer die wél op historische basis enige rechten heeft, zijn de druiven zuur:

De Kanovijver is intussen volledig de speelbal geworden van ontwikkelaars, die willen de locatie uitbaten door zo veel mogelijk appartementen op die locatie te bouwen. Hoe dat gezien kan worden als logische bedrijfsuitbreiding van het familie vermaakscentrum de Kanovijver is ons niet duidelijk. Maar feit is wél dat normale uitbreidingsplannen op deze locatie er al lang hadden kunnen staan, als de Jonge die ontwikkeling niet gekoppeld had aan de plannen rond de sauna. Een koppeling, die op geen enkele redelijke manier als logisch beschouwd kan worden.

De Sauna is feitelijk gesloten. Door de handelwijze van het college is de bedrijfsvoering al jaren onmogelijk geworden. Als van het begin duidelijk was gemaakt dat de Gemeente zich hield aan de afspraken uit 2011, dan had de Sauna er nu heel wat beter voor kunnen staan. Ook deze ondernemer is nu het slachtoffer van een geforceerd en verdraaid beleid, gestoeld op diezelfde leugenachtige uitleg van eerdere besluitvorming…

Dan rijst wel de vraag nog: waarom laat dit college van LPV, PSR, 50+, GroenLinks en SP zich zo leiden door die belangen van Ecoparks? Het is zonneklaar dat Vlissingers in groten getale niet gediend zijn van bouw in het Nollebos en Westduingebied. Voor het toeristische product is een ontwikkeling van Ecoparks niet nodig, althans zeker niet op die plek. Dat kan ook elders, op de Boulevard bijvoorbeeld? De Boulevard, maar daar komt toch Brittannia?

Want ligt er een koppeling tussen de plannen voor het Nollebos en de nieuwbouw van een groot hotel Brittannia? Wordt die realisatie van Brit niet gezien als een directe bedreiging voor het welslagen van de plannen van Ecoparks? Want hoe zit het ook al weer met Brit?

Wethouder de Jonge liet in Juli aan de raad weten in afwachting te zijn van een bouwaanvraag voor Brit. Heeft hij niet goed in zijn postbakje gekeken, die bouwaanvraag ligt er al vanaf januari dit jaar. De aanvraag voldeed volledig aan de eisen van het bestemmingsplan én de algemene eisen daarvoor…. (Over Brit een volgende keer meer!) maar wordt op het stadhuis getraineerd.

Houd de Jonge eigenhandig de ontwikkeling van Brit tegen totdat Ecoparks een bouwvergunning heeft?

Dus als U deze week deelneemt aan de gesprekken op het stadhuis over Nollebos en Westduingebied, weet dan dat er meer, veel meer speelt dan U wordt voorgespiegeld. En vooral: laat U niet gebruiken om een onwaarachtige uitleg legitiem te maken. Want wat er ook in dit gebied gebeurt, het kan en mag uitsluitend op basis van op eerlijke en complete informatie gebaseerde besluitvorming. En daar past geen leugen in, hoe hard de politieke partijen als de LPV, GroenLinks, PSR, SP en 50+ ook roepen dat ze niet anders kunnen, want ook dát is niet waar!

De POV is een uitgesproken voorstander van de ontwikkeling van Vlissingen als toeristische trekpleister. Maar de POV offert daar niet alles voor op: en zeker niet een prachtig gebied vol natuur en historie als het Nollebos en het aangrenzende Westduingebied. Laat die groene strook met rust, dat willen de Vlissingers én de duizenden toeristen die ook op die plek komen genieten. Wat de POV betreft passen de plannen van Ecoparks niet in de toekomst van Vlissingen.

September 2020.

Uw POV fractie.

Het Nollebos: de Leugen regeert


HET NOLLEBOS EN WESTDUINGEBIED: De leugen regeert……

In 2006 legt de gemeenteraad van Vlissingen zich vast: In het Nollebos en Westduingebied wordt niet gebouwd. Om de twee daar gevestigde ondernemers te ontzien werd voor hen een uitzondering gemaakt: als zij met plannen voor uitbreiding van hun bedrijf zouden komen, dan neemt de gemeente die in behandeling.

In 2011 wordt dat in het bestemmingsplan vastgelegd: Zo mocht de Sauna plannen ontwikkelingen met een uitbreiding tot maximaal 4000 m2 en 24 vakantie accommodaties. Let wel: die plannen mocht men maken, maar de Gemeenteraad behield het laatste woord. Geen toestemming vooraf dus!

In 2015 presenteert wethouder de Jonge samen met Ecoparks een megalomaan plan: Het hele gebied wordt omgebouwd tot vakantiepark. De raad vindt het niks, dus smeedt de wethouder, die het vol trots presenteerde, een plan.

Op basis van een volstrekt oneigenlijke uitleg van het besluit uit 2006 wordt het plan van Ecoparks als legitiem, ja zelfs als een invulling van eerdere beloftes neergezet, Vlissingen zou grote juridische risico’s lopen. Dat was een infame leugen, maar wel effectief: de coalitiepartijen onder leiding van de LPV namen de leugen over en bogen voor dit dreigende verbale geweld.

In 2017 blijken de plannen van Ecoparks onhaalbaar: daar voor in de plaats worden zoekgebieden aangewezen waarin ontwikkelingen mogelijk moeten zijn. De coalitie, bestaande uit LPV, PSR, SP & D66 buigt weer voor de druk, druk gebaseerd op een volstrekt onwaarachtige uitleg van een raadsbesluit uit 2006.

Eind 2020 moet er een voorstel liggen wat er door Ecoparks gebouwd mag worden in het Westduingebied, en wat de Kanovijver mag doen in het Nollebos. Feitelijk een volstrekt idiote gang van zaken en allemaal ingegeven door de bewust foute uitleg die door B & W gegeven is aan besluitvorming uit 2006 en 2011. Maar de Gemeenteraad moet straks toch een besluit nemen, en laten we voor dat moment nog even naar het volgende kijken:

De enige uitzondering op het bouw moratorium in het gebied gold voor de twee gevestigde ondernemers en hun activiteiten. Ecoparks is niet een van die bedrijven en kan dan ook geen enkele aanspraak maken op welke toezegging dan ook. Of het moet gebaseerd zijn op de geheim gehouden besluitvorming van B & W, die veel later aan het licht kwam…

Bij de coalitieonderhandelingen in 2018 heeft wethouder de Jonge het Nollebos dossier bij wethouder Reijnierse in de maag gesplitst: de Jonge is van dat lastige dossier verlost en Reijnierse mag de kastanjes uit het vuur gaan halen. De Jonge wast nu zijn handen in onschuld…

Onlangs verscheen er een toeristische visie: Vlissingen moet massaal vakantie-

Accommodaties laten bouwen in een strook langs de kust, staat daar in. Gek, die strook ligt precies in het Nollebos en Westduingebied. Door het aannemen van deze visie bezegeld de raad het lot van dit gebied, niet doen dus….

Wat is er intussen toch met de twee ondernemers in het gebied gebeurt? Die zijn het slachtoffer geworden van het stoethaspel gedrag van de Vlissingse wethouders, want:

Wethouder de Jonge koppelde de ontwikkeling van de Kanovijver hermetisch aan de ontwikkeling rond de Sauna. Een beproefd recept: koppel een redelijk en haalbaar plan (Kanovijver) aan een omstreden plan (Ecoparks), en probeer daarmee het omstreden plan enige rechtvaardiging en legitimiteit te geven. Dat doet de Jonge wel vaker: ook in het Arsenaalgebied koppelde hij de (haalbare) plannen van het Arsenaaltheater aan de (omstreden) plannen van Loontjes. Niet echt een nette manier van handelen, maar op het stadhuis als volkomen normaal beschouwd.

Die koppeling nu houdt wél beide ondernemers in een ijzeren greep: het is een onlogische situatie die verlammend werkt voor de ondernemers, en uitsluitend is bedoeld om Ecoparks te faciliteren. Want alléén als die plannen doorgaan mag de Kanovijver iets doen. En voor die ondernemer die wél op historische basis enige rechten heeft, zijn de druiven zuur:

De Kanovijver is intussen volledig de speelbal geworden van ontwikkelaars, die willen de locatie uitbaten door zo veel mogelijk appartementen op die locatie te bouwen. Hoe dat gezien kan worden als logische bedrijfsuitbreiding van het familie vermaakscentrum de Kanovijver is ons niet duidelijk. Maar feit is wél dat normale uitbreidingsplannen op deze locatie er al lang hadden kunnen staan, als de Jonge die ontwikkeling niet gekoppeld had aan de plannen rond de sauna. Een koppeling, die op geen enkele redelijke manier als logisch beschouwd kan worden.

De Sauna is feitelijk gesloten. Door de handelwijze van het college is de bedrijfsvoering al jaren onmogelijk geworden. Als van het begin duidelijk was gemaakt dat de Gemeente zich hield aan de afspraken uit 2011, dan had de Sauna er nu heel wat beter voor kunnen staan. Ook deze ondernemer is nu het slachtoffer van een geforceerd en verdraaid beleid, gestoeld op diezelfde leugenachtige uitleg van eerdere besluitvorming…

Dan rijst wel de vraag nog: waarom laat dit college van LPV, PSR, 50+, GroenLinks en SP zich zo leiden door die belangen van Ecoparks? Het is zonneklaar dat Vlissingers in groten getale niet gediend zijn van bouw in het Nollebos en Westduingebied. Voor het toeristische product is een ontwikkeling van Ecoparks niet nodig, althans zeker niet op die plek. Dat kan ook elders, op de Boulevard bijvoorbeeld? De Boulevard, maar daar komt toch Brittannia?

Want ligt er een koppeling tussen de plannen voor het Nollebos en de nieuwbouw van een groot hotel Brittannia? Wordt die realisatie van Brit niet gezien als een directe bedreiging voor het welslagen van de plannen van Ecoparks? Want hoe zit het ook al weer met Brit?

Wethouder de Jonge liet in Juli aan de raad weten in afwachting te zijn van een bouwaanvraag voor Brit. Heeft hij niet goed in zijn postbakje gekeken, die bouwaanvraag ligt er al vanaf januari dit jaar. De aanvraag voldeed volledig aan de eisen van het bestemmingsplan én de algemene eisen daarvoor…. (Over Brit een volgende keer meer!) maar wordt op het stadhuis getraineerd.

Houd de Jonge eigenhandig de ontwikkeling van Brit tegen totdat Ecoparks een bouwvergunning heeft?

Dus als U deze week deelneemt aan de gesprekken op het stadhuis over Nollebos en Westduingebied, weet dan dat er meer, veel meer speelt dan U wordt voorgespiegeld. En vooral: laat U niet gebruiken om een onwaarachtige uitleg legitiem te maken. Want wat er ook in dit gebied gebeurt, het kan en mag uitsluitend op basis van op eerlijke en complete informatie gebaseerde besluitvorming. En daar past geen leugen in, hoe hard de politieke partijen als de LPV, GroenLinks, PSR, SP en 50+ ook roepen dat ze niet anders kunnen, want ook dát is niet waar!

De POV is een uitgesproken voorstander van de ontwikkeling van Vlissingen als toeristische trekpleister. Maar de POV offert daar niet alles voor op: en zeker niet een prachtig gebied vol natuur en historie als het Nollebos en het aangrenzende Westduingebied. Laat die groene strook met rust, dat willen de Vlissingers én de duizenden toeristen die ook op die plek komen genieten. Wat de POV betreft passen de plannen van Ecoparks niet in de toekomst van Vlissingen.

September 2020.

Uw POV fractie.

Motie renveldjes binnenstad


                 

MOTIE Vreemd aan de orde van de dag

  Betreft: hondenrenveldje binnenstad  
  Onderwerp: Het niet uitvoeren van moties & toezegging  
  De raad van de gemeente Vlissingen in vergadering bijeen op 17 september 2020  
  overwegende dat: De Gemeenteraad de wens heeft uitgesproken om inwoners van de binnenstad de gelegenheid te geven om hun honden op een renveldje uit te kunnen laten;De Gemeenteraad tot twee keer toe daartoe een motie heeft aangenomen;Het college een harde toezegging heeft gedaan om een en ander te realiseren;Het college naar nu duidelijk is geworden beide moties niet na wenst te komen;Het college haar eigen toezegging niet na wenst te komen;Dit met een wisselende argumentatie die geenszins overtuigend is gebleken;
  Spreekt zich uit als volgt:   Keurt de door het college gevoerde handelwijze af; Of alternatief: Spreekt haar treurnis over deze handelwijze uit;   en gaat over tot de orde van de dag.  
  Raadsfracties  POV      

Betoog maart 2017


Betoog POV besluitenraad 23 maart 2017.

Het college heeft in dit dossier een eigenzinnige en een zich van de raad vervreemende rol gespeeld. En nu draait men een plan de nek om dat men zélf heeft geïnitieerd: zo doe je het natuurlijk niet goed.

Dat kan ook niet, want het college volgt een weg die volstrekt anders is dan wat deze raad wil. En laten we daar duidelijk over zijn: Deze raad, evenmin als voorgaande raden, wil dat het Nollebos en het Westduingebied verwordt tot toeristische verblijfsrecreatie, inclusief een Hotel, met wellness of wat dan ook. Want de raad  heeft altijd klip en klaar gesteld: In de visie van 2006: Geen bebouwing m.u.v. uitbreiding door zittende ondernemers. Daar is het woordje grootschalig aan toegevoegd, en dat is een eigen leven gaan leiden. Evenals het “amendement”. Maar al 11 jaar speelt het amendement geen enkele rol: de tekst van de visie wél.

En dat grootschalig is later wel degelijk kwantitatief bepaald: Die kwantificering is in 2011 gedaan door de Sauna zelf: maximaal 4.000 m2 erbij en 24 vakantie accommodaties. That’s it.  En dat zelfde formaat is opgenomen in het meest belangrijke en valide stuk: Het bestemmingsplan uit 2011. Daar in is opgenomen dat, onder voorwaarden, een plan van deze grootte door de raad in behandeling moet worden genomen. Niets meer, en niets minder. Géén toestemming vooraf voor welke uitbreiding dan ook.

In dit dossier speelt het college een te leidende en op punten misleidende rol: Kijk zelf wat wethouder hierover in juni 2015 op zegt: De raad is over deze plannen geconsulteerd en had gezegd tegen de wethouder, ga maar voort. Voorzitter, de raad is niet geconsulteerd en de raad heeft in 2015 zeker geen akkoord voor de plannen gegeven. Procedureel is het absoluut onjuist om een kennismaking (bijeenkomst voor raadsleden in de Sauna april 2015) met de plannen, zoals de uitnodiging in april 2015 heette, later uit te leggen als een formele consultatie. De aanwezige raadsleden bij die kennismaking kun je niet beschouwen als representatief voor de hele raad. De wethouder is er zelfs tijdens die kennismaking bijeenkomst op gewezen dat wanneer hij de mening van de raad wil weten, hij de plannen aan de raad moet voorleggen – in het stadhuis! Dit college kan geen enkele rechtvaardiging voor haar handelen in dit dossier putten uit wat daar, in april 2015, is gezegd. Als men dat wél doet, is dat onterecht en in mijn ogen volstrekt verwerpelijk.

In de plannen van Ecoparks komt een hotel voor: tot twee keer toe heeft de projectontwikkelaar, zelfs in deze zaal, gesteld dat het hotel toegevoegd is op verzoek van de gemeente. Tot twee keer toe is dat niet direct weersproken door de aanwezige betrokken wethouder. Maar in een interview ook in 2015 – te zien op You tube – zegt de wethouder: Nee, dat hotel komt niet bij ons vandaan, daar gaan wij niet over. Voorzitter, wij geloven de ondernemer hierin, en die ontkenning van de wethouder maakt dat we nog achterdochtiger over de gang van zaken zijn geworden.

Voorzitter, het afblazen van dit plan is de enige goede keuze die dit college in dit dossier heeft gemaakt. Maar er is grote twijfel bij de raad als het om het voortraject gaat: De hierboven genoemde halve waarheden over het initiatief van Ecoparks maken ons ongerust: erg ongerust. Tel daarbij op het feit dat het initiatief tot dit plan zonneklaar bij het college heeft gelegen, door de twee zittende ondernemers op te leggen samen één plan in te dienen. Dan zit je al met één bil op de stoel van de ontwikkelaar. En als je op de stoel van de ontwikkelaar gaat zitten, en je stelt daarnaast de houding van de raad in 2015 verkeerd voor, en je brengt een wezenlijk onderdeel als het hotel in als op te nemen in het plan, dan heeft dit college een veel te prominente en daarbij onjuiste rol gespeeld. Dan heeft het er alle schijn van dat verwachtingen bij de ontwikkelaars zijn gewekt waar zij rechten aan kunnen gaan ontlenen. Daarnaast heeft de door dit college aangehangen uitleg – en wij vinden die uitleg absoluut verkeerd – om het amendement uit 2006 als een opdracht van de raad tot meewerken aan grootschalige uitbreiding te zien de positie van de gemeente tegenover de plannenmakers ook enorm verzwakt. Daarom zegt de POV dat met het afblazen van dit plan het laatste woord niet is gezegd: Wij willen de onderste steen boven hoe dit plan, van het begin af in strijd met het geldende bestemmingsplan en de visie, zó tot wasdom heeft kunnen komen én wat er is van de door de ontwikkelaars geschetste prominente en mede ontwikkelende rol van dit college. Want voorzitter, als daar sprake van is dan heeft het college niet slechts in strijd met de visie en het bestemmingsplan gehandeld – maar ook in strijd met de wil van de raad.

Want tot slot voorzitter, de positie van de raad. De raad heeft het nooit aan duidelijkheid ontbroken. Door het aannemen van de visie in 2006 en de vertaling daarvan in 2011 in het nieuwe bestemmingsplan is duidelijk weergegeven wat de raad wilde.

Zaken als de verplaatsing van Iguana, de plannen tot het bouwen van huisjes rond de Kanovijver, een woontoren in Westduin, het zijn allemaal zaken die de raad nimmer hebben bereikt. Die plannen, waarvan enkele al langere tijd in dit huis aanwezig waren, zijn weg gefilterd en weggehouden bij de raad. Ook daarom voorzitter, ook daarom wil de POV klaarheid hoe de gang van zaken is geweest: Hoe serieus zijn die plannen geweest, en waarom zijn die nooit formeel aan de raad voorgelegd.

Voorzitter, het afblazen van de plannen van Ecopark door dit college is een logische stap. Maar de argumentatie waarom, is niet de onze, daarom wensen wij het dictum ( tekst van het raadsbesluit) veranderd te zien, want door de woordkeuze en de voorgeschiedenis legt dit besluit ook een stevige last naar de toekomst. Een last voor de ondernemers die een droom uiteen zien spatten, een droom die de raad in 2011 al tot reële proporties terug had gebracht, en die zonder het ongepaste ingrijpen van dit college in het proces al tot consensus had geleid. Het optreden van dit college in dit dossier heeft het aanzien van de gemeente geschaad, en die schade is wellicht groter dan U denkt.

Tot zover voorzitter, in 1e termijn.

Marinierskazerne


Betoog POV over MARKAZ in de raadsvergadering van 5 maart 2020

In de afgelopen periode heeft de rijksoverheid aangetoond hoe waar de cynische stelling is die zegt: “Er is niets zo onbetrouwbaar als de overheid”. Een zwarte bladzijde in de onderlinge relatie tussen overheden. Maar vooral een zwarte bladzijde in de geschiedenis voor de landelijke politieke partijen. Want voorzitter, naast de partijen die nooit de Markaz in Zeeland wilden hebben, zoals GroenLinks, de PVV, de SP en D66, daarvan wisten we waar ze stonden, Maar met name partijen als de VVD en het CDA hebben het verschrikkelijk af laten weten. En dat toont maar weer aan dat je op lokaal niveau het beste af bent met lokale partijen, want al die landelijke partijen die in Den Haag, de Staten én in Vlissingen vertegenwoordigd zijn, géén van die partijen heeft het besluit van Defensie op zichzelf ter discussie durven stellen in de 2e kamer! Ja, de manier waarop, en hoe stout de staatssecretaris was geweest door te jokkebrokken, dat allemaal oh zo erg, maar het besluit zélf is feitelijk nooit in discussie geweest. Op zich is dat alleen al een grote misser van al die partijen die daar aan het woord zijn geweest. Maar ja, het is ook maar Zeeland, niet waar? En dat is toch maar vreemd volk.

Dat kan niet beter geïllustreerd worden dan door de opmerkingen van de Kamervoorzitter. Die Kamervoorzitter meende de Zeeuwen te moeten prijzen om hun gedrag, alsof dat iets uitzonderlijks is. Nee, Haagse politiek, Zeeuwen komen niet uit een uithoek en zijn geen exoten, en gedragen zich zoals de meeste mensen: normaal, mevrouw Arib! Zeeuwen zijn Nederlanders, net als Amsterdammers en Groningers. Niet meer maar zeker ook niets minder. En Zeeuwen zijn geen Calimero’s. Wij zijn niet zielig, niet klein, niet achterlijk. De behandeling van Zeeland door Defensie en de regeringspartijen zoals we die in deze affaire hebben leren kennen, met name de VVD & het CDA, maar toch ook de CU en D66, is denigrerend en beledigend. Dat vraagt om een sterk antwoord vanuit de lokale politiek. Want voorzitter, wie zegt ons dat dit besluit al niet op tafel lag bij de coalitievorming van dit kabinet, en wat we nu hier zien niets anders is dan een goed uitgevoerd scenario om van een voor Den Haag lastig probleem af te komen?

Voorzitter, er is weinig tijd voor analyse en evaluatie op dit moment. Het college wil input, en dat begrijpen wij. Toch zal die input gebaseerd moeten zijn op de ervaringen uit het verleden. De POV constateert dat er in het algemeen te weinig of te laat werk is gemaakt van draagvlak voor de MARKAZ in de regio. Als voorbeeld geven wij het Waterschap dat pas na enkele jaren mee ging doen, te laat, maar ook de andere Zeeuwse gemeenten zijn eigenlijk nimmer meegenomen in de plannen. Natuurlijk, de provincie had de leiding en het voortouw, en dit verwijt treft dan ook vooral de provincie en haar bestuur. Te veel op eigen kunnen gerekend en te weinig gewerkt aan draagvlak – hier in de regio, maar ook bij de Mariniers zelf. Ik blijf even bij de regio:

De belangen van Vlissingen als gemeente en die van het Provinciebestuur lopen vanaf nu niet meer parallel: Vlissingen wil naast financiële genoegdoening zeker ook een component in huis halen van minimaal dezelfde impact als de Markaz zou hebben: de Provincie vindt het ook prima als die component of componenten elders in de Provincie worden gerealiseerd. Dus lijkt het ons verstandig de Provincie als leider niet te accepteren. Wij vinden dat er echt sprake moet zijn van een regionaal belang en samenwerking, en zoek die dan ook en mede bij de andere Zeeuwse gemeenten. Neem als vier grootste Zeeuwse gemeenten het initiatief bij de compensatie gesprekken, natuurlijk horen Provincie en Waterschap erbij, maar zorg dat Vlissingen in de Driving Seat komt te zitten. We weten nu dat de Provincie als leidende partij niet al te sterk is geweest in het verleden én we weten óók dat onze agenda’s niet langer parallel lopen. Dan zitten wij liever aan tafel met Middelburg, Goes en Terneuzen erbij zodat met er open vizier gesproken en onderling samen gewerkt kan worden: zonder dubbele agenda’s, zonder landkappertje te spelen. Want dat er gelonkt wordt naar allerlei leuke dingen voor de mensen door alle Zeeuwen is logisch, maar zorg als Vlissingen dan dat je dáár de regie over hebt en behoud, dat je er boven op zit, want anders gebeurd het getouwtrek toch maar dan buiten ons gezichtsveld. Voorzitter, Vlissingen is meer gebaat bij een tunnel onder het kanaal door Walcheren dan het tolvrij maken van de Westerscheldetunnel, om maar een voorbeeld van de verschillende belangen te noemen. En Vlissingen kan maar beter goede afspraken met Middelburg maken over een Zeeuwse Universiteit dan er ruzie over krijgen. Doe dat maar niet en laat je zien als regio, als Zeeuwen, dan staan we sterk! We hebben tot nu toe op de bagagedrager van GS meegereden, het wordt tijd dat we zelf op de fiets stappen en

FRACTIE


De POV fractie wordt van af januari 2020 gevormd door de raadsleden Ruud Kleefman & Pim Kraan en de commissieleden Robert Brunke & Bet Busink